Het Valkerij en Sigarenmakerij Museum

 
        
     
   Valkerij en Sigarenmakerij        Museum
                 | Museumbezoek | Bereikbaarheid |
Welkom     W
 Historie museum Hm
 Valkerij
  Sigarenmakerij
 Nieuws N
Lesbrieven Lb
  Vriend/Sponsors V/S
Ambassadeur A
Museumwinkel Mw
Links L
 Contact C
 

       

 

 

Valkerij Museum

Het vluchtbedrijf, het jagen met vogels, is één van de spectaculairste vormen van jacht. Valkerij is de kunst de jachtvogel zodanig onder controle te hebben dat men hem op een bepaald tijdstip zijn vlucht op een vrije prooi in de vrije natuur kan laten uitvoeren. Voor de hoge vlucht op vogels worden valken gebezigd, waarbij de slechtvalk en de grotere gier- of geervalk favoriet zijn. Voor de jacht op laagvliegend en lopend wild worden havik en sperwer ingezet.

De oorsprong van het vluchtbedrijf ligt duizenden jaren voor onze jaartelling in de onafzienbare steppen van Centraal-Azië. Met mogelijk Turkestan als basis verbreidt zich de valkerij via China naar Japan en later, via volksverhuizingen, naar het Zuiden en het Westen. Wanneer in de tijd der Kruistochten het verloren gegane contact met de Oriënt wordt hersteld krijgt het vluchtbedrijf in Europa nieuwe impulsen. Met name in de Arabische landen staat de valkerij op een hoog peil. Tevens beschikt men daar over een omvangrijke literatuur met grote ornithologische kennis. De gestegen belangstelling leidt ook in Europa tot de eerste wetenschappelijke benadering. De Staufische keizer Frederik II (1215 – 1250) publiceert met zijn “Over de kunst van het jagen met vogels (“De Arte Venandi cum Avibus”) een compleet werk, dat zowel de vogels als de vangwijze en de verzorging ervan behandelt.

Het Brabantse platteland, vooral het Kempische heidegebied, schaars bebost en heuvelachtig met verre einders, gelegen in de trekroute van de slechtvalk, heeft kunnen profiteren van de toegenomen vraag naar jachtvogels. Er ontstaat een klasse van valkeniers, die de ploegschaar heeft geruild voor boognet en loer (of kunstprooi). Ook leveren zij het bij het vederspel behorende jachtgerief als valkenkappen of huiven, langveters, ‘schoenen’ of andere fournituren. De kunst van het vangen en africhten verspreidt zich als een olievlek over de Kempen en mede door toedoen van landvoogdes Maria van Hongarije (1531 – 1555) wordt de faam van de Brabantse Valkerij in de zestiende eeuw aan de West-Europese hoven gevestigd.

Naast Arendonk komt met name Valkenswaard op als verzamelplaats van valkeniers. De geschiedenis van de valk en de valkerij in Valkenswaard gaat vele honderden jaren terug. Wie tot in de 19e eeuw in het bezit was van een getrainde valk kon zijn gezin goed onderhouden. Gedurende vele eeuwen werd de valkerij gebruikt voor het vermaak van rijke aristocraten en vorstenhuizen.

In de 16e eeuw ontwikkelde zich de kunst van het vangen en africhten van valken in het Brabantse land, waar de trekroute van de slechtvalk gelegen is. Met Arendonk als centrum ontwikkelde zich in de Kempen een gespecialiseerde vangtechniek, waarbij in de herfst de valken onder de boognetten worden gevangen, vervolgens tam of ‘zeeg’ gemaakt en daarna ‘getreind’ of afgericht voor de vlucht. Valkenswaard groeide dan uit tot het belangrijkste centrum van de valkenvangst. Vele vorstenhuizen maakten gebruik van de Valkenswaardse valkeniers waardoor de welvaart in Valkenswaard enorm toenam en de valkeniers in aanzien stegen.

Door landschapsveranderingen en de komst van het hagelgeweer werd de valkerij steeds minder beoefend. De hoge kosten van het houden van jachtvogels waren voor de vorsten nog maar moeilijk op te brengen. In de 19e eeuw kwam het einde van de valkerij snel in zicht. Vandaag de dag wordt de valkerij nog slechts bedreven door hobbyisten.

De complete geschiedenis van de valkerij en vooral de grote rol van Valkenswaard als belangrijkste centrum daarin, is uitgebreid te zien en te beluisteren in het Valkerij Museum.